Pablo Picasso
jeugdwerk - blauwe periode - roze periode - kubisme - classicisme - Guernica - grafiek - keramiek - beelden
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
 
             
 
                        
 
 
 
Het grafische werk van Picasso is enorm talrijk. De duizenden prenten zijn uitgevoerd in alle mogelijke technieken, de ets, de gravure gemaakt met een burijn, de droge naald, houtgravure, houtsnede, de monotype, de lithografie en de linoleumsnede.
De prenten werden gedrukt in verschillende grafische ateliers, bij Eugène Pêlatre, Louis Fort, Roger Lacourière, Aldo en Piero Crommelynck. De litho's werden gedrukt bij Mourlet en de linosnedes bij Arnera in Vallauris.
Picasso heeft zichzelf deze techniek eigen gemaakt. Hij was zo onbekend met de werkwijze, dat hij verbaasd was dat de figuren rechts getekend in de voorstelling op de plaat, bij het afdrukken aan de linkerkant stonden, de voorstelling is in de afdruk spiegelbeeldig.
 
 
              
 
 
In de jaren 1904-1905 maakte hij een eerste serie van 14 etsen met als thema "Saltimbanques", acrobaten. De prenten uit de "Saltimbanques" zijn allemaal voorstellingen uit zijn blauwe en roze periode.
In dezelfde jaren ontstond ook het overbekende "Le repas frugal". De zinkplaat van deze ets werd in 1913 gekocht door de kunsthandelaar Abroise Vollard en afgedrukt in een oplage van 250 prenten op geschept papier en 29 prenten op Japans papier.
 
 
                  
 
 
 
In de jaren 1906-1907, toen Picasso enkele houtsculpturen maakte, ontstonden ook enkele houtsnedes.
 
 
 
 
Saint Materel
 
In 1911-1914 gaf de kunsthandelaar Kahnweiler enkele boeken uit van de dichter Max Jacob, geïllustreerd met een aantal kubistische kopergravures van Picasso. "Saint Matarel" in 1911 en "Le Siège de Jérusalem" in 1914.
 
 
 
 
De schilder en zijn model
 
Gedurende zijn hele leven had Picasso de gewoonte om de thema's van zijn schilderijen ook in grafiek uit te werken.
 
In 1924 maakte Picasso 12 grafische prenten bij "Chef-d'Oeuvre inconnu" van Balzac, in 1931 uitgegeven door Vollard. Hierin ontwikkelde hij één van zijn favoriete thema's 'de schilder en zijn model'.
 
 
 
 
Les Métamorphoses d'Ovide
 
In datzelfde jaar verschijnt bij Albert Skira een ander werk "Les Métamorphoses d'Ovide" met 30 etsen van Picasso, met voorstellingen uit de klassieke oudheid.
 
 
 
 
La Suite Vollard
 
Tussen 1930 en 1937 verzamelde Vollard een serie van 100 etsen, die hij in 1939 uitgaf onder de naam: "La Suite Vollard".
Deze prenten hebben de meest uiteenlopende onderwerpen, van erotisch getinte thema's, de schilder en zijn model, tot de "Minotaure", een mythologische figuur, half mens, half dier, een mens met een kop van een stier.
 
 
 
In de prenten van "de beeldhouwer en zijn model" zien we in het model de nieuwe liefde van Picasso, Marie-Thérèse Walter. We zien haar in de prenten afgebeeld in het atelier van de beeldhouwer, met enkele gebeeldhouwde koppen, die Picasso van haar maakte in Boisgeloup.
 
 
 
 
 
 
 
 
Minotaurus 
 
De 'Minotauromachie' uit 1935 laat een vrouw zien, in de gelaatstrekken gelijkend op Marie-Thérèse Walter, liggend op de rug van een paard, uit wiens buik iets lijkt te komen - misschien het kind dat zij op dat moment van Picasso verwachtte. Niet alleen de kaars, die een schril licht werpt op de wreedheid van de scène, maar ook de aanwezigheid van het paard en de Minotaurus is een voorbode van de Guernica die in 1937, twee jaar later dus, ontstond. In 1935 kondigde de Spaanse Burgeroorlog zich aan. Het onheil dat zich leek samen te ballen, zou men uit deze donkere scène al kunnen opmaken.
 
 
 
 
Guernica
 
In 1937, het jaar waarin het drama in het stadje Guernica zich voltrok, maakte Picasso een tweetal prenten, als protest tegen de staatsgreep van Franco. deze etsen werden vergezeld door één van zijn gedichten "Sueno y mentira de Franco" (Songe et mensonge de Franco).
Beide koperplaten zijn onderverdeeld in negen scènes, die Picasso aanvankelijk afzonderlijk als ansichtkaarten onder het volk wilde verspreiden.
De prenten ogen als een stripverhaal, dat door de spiegelbeeldige afdruk echter van rechts naar links verloopt. Franco is afgebeeld als een onnozel grijnzende, poliepachtige gedaante, lelijk en lachwekkend. In zijn handen houdt hij steeds een vaandel en een zwaard, op het hoofd heeft hij nu eens een kroon en dan weer een bisschopshoed. We zien de dictator met een pikhouweel op de kunst inhakken, een monument van het geld aanbidden of alss bruid in vrouwenkleren paraderen. Terwijl het eerste blad gericht is op de ontmaskering van de dictator, gaat het tweede over de barbaarsheid van de orlog. De overeenkomsten met de Gurnica zijn ook hier onmiskenbaar. De verminkte figuren in de beeldvelden van het blad zijn nu eens roerloos, dan weer vertwijfeld schreuwend. Niet  de smadelijke wreedheid van de dader, maar het leed van de slachtoffers is hier vastgelegd.
 
 
 
 
Vredesduif
 
Na de WO II ging Picasso bezig met de lithogafie. Het affiche voor de "Premier Congrès Mondial des Partisans de la Paix" in 1949 is het meest bekend, voorstellende een witte vredesduif. 
 
 
 
 
Jaren vijftig en zestig
 
Vanaf de jaren 1950 hield Picasso zich ook bezig met de lino-snede. Hieronder zien we daarvan een voorbeeld. Het is gedrukt in de zogenaamde 'reductie-methode' waarin de voorstelling steeds verder wordt uitgesneden, en de plaat tussendoor opnieuw in een andere kleur wordt afgedrukt, over de voorgaande drukken heen.
 
 
 
 
 
 
1968
 
In dit jaar maakte Picasso onderstaande prent, waarin hij weer eens terugging naar zijn geliefde plek, het circus. We zien een groot aantal figuren, opeengepakt in een overvolle compositie. De prent is gemaakt op 4 juni 1968, rechts de koperen plaat, links de afdruk in zwart/wit.
 
 
 
 
 
 
 
 
Suite 347
 
In 1968 maakte Picasso de Suite 347. Picasso maakte deze serie etsen naar een schilderij van Ingres, die het thema op zijn beurt weer had overgenomen van het schilderij "La Fornarina" van Rafaël.
 
 
 
 
La Fornarina, was de maitresse en het model van de schilder Rafaël. La Fornarina (=de dochter van de bakker) was Margarita Luti. Het verhaal van hun relatie heeft model gestaan voor de 'archetypische kunstenaar-model' verhouding. In de bovenstaande prent zien we dan ook de schilder afgebeeld met het palet en de penselen nog in de hand. Volgens Vasari was Rafael 'smoorverliefd' op deze wel zeer mooie 'dochter van de bakker'.
Het thema is meerdere malen uitgewerkt. Ook Ingres heeft enkele schilderijen aan dit onderwerp gewijd.
Voor Picasso was het een aanleiding om zijn 'obsessie van de lichamelijke liefde' weer eens breed uit te pakken. In 1968 was Picasso reeds 87 jaar, en leefde hij met zijn zevende vrouw, Jacqueline Roque, toen 41 jaar oud.
 
'Suite 347' heeft zijn naam gekregen door het aantal van 347 etsen, gemaakt in een periode van 7 maanden, in 1968.
 
 
 
 
 
Suite 156
 
In 1970-1971 volgde de Suite 156
 
 
 
 
 
... dit onderwerp wordt nog verder voorzien van afbeeldingen en tekst .....
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl