Pablo Picasso
jeugdwerk - blauwe periode - roze periode - kubisme - classicisme - Guernica - grafiek - keramiek - beelden
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

 

 

 

rue La Boétie nummer 23

In 1917 betrok Picasso eerst een later twee boven elkaar gelegen appartementen in de rue La Boétie nummer 23, naast zijn nieuwe kunsthandelaar Paul Rosenberg op nummer 21.

Het ene appartement om in te wonen, het andere om in te werken.

De onderste etage werd een ontmoetingsplaats voor de mondaine wereld. Het had een grote eetkamer met in het midden een ronde, uitschuifbare tafel, een dientafeltje, gueridons in iedere hoek; een helemaal witte salon; een slaapkamer met koperen lits-jumeaux. Tot in de puntjes verzorgd, geen pluisje stof. Parket en meubels, alles blonk en glom. Vreemd genoeg droeg niets er zijn stempel, de bovenkant van de schoorsteenmantels daargelaten, waarin iets van zijn fantasie te bespeuren viel. Zelfs de met zorg ingelijste doeken uit zijn kubistische periode, die inmiddels klassiek geworden waren, leken, naast werken van Cézanne, Renoir en Corot, eerder bij een rijke kunstliefhebber te hangen dan bij Picasso thuis. Olga Kokhlova beschouwde het als haar domein.

 

Atelier van Picasso, rue La Boétie, 1920

De bovenste etage was het atelier. Brassaï beschrijft in zijn boek de ontmoeting met Picasso: "...Voor mij stond een eenvoudige man, zonder maniertjes, omhaal of aanstellerij. Door zijn spontane vriendelijkheid voelde ik me meteen op mijn gemak. Ik bekeek nu ook zijn vreemde werkplaats: ik had een kunstenaarsatelier verwacht, maar het was een appartement dat in een soort uitdragerij veranderd was ... Al was de woning zelf burgerlijk te noemen, de inrichting was dit allerminst: in de vier of vijf vertrekken - elk met een marmeren schoorsteenmantel en daarop een spiegel - was geen enkel gebruikelijk meubelstuk meer te vinden: in plaats daarvan stonden ze vol met op elkaar gestapelde schilderijen, dozen, pakken en pakjes die voor het merendeel de mallen van zijn beelden bevatten, stapels boeken, riemen papier: de meest uiteenlopende voorwerpen lagen er her en der verspreid, langs de muren, zomaar op de grond en alles bedekt met een dikke laag stof. De deuren van de kamers stonden open, misschien waren ze er zelfs uitgehaald, zodat het ruime appartement veranderd was in een groot atelier, zo opgedeeld dat de schilder voor elk van zijn vele bezigheden een apart hoekje had. Op de vloer een dof, gepatineerd parket, dat al in geen tijden meer in de was gezet was en bezaaid lag met peuken.... Picasso had zijn schildersezel in het grootste en best verlicht vertrek neegezet - de voormalige salon, waarschijnlijk - , het enige vertrek dat gemeubileerd was, zij het schaars. Het had een raam op het zuiden dat een fraai uitzicht bood op het landschap van de Parijse daken, met zijn woud van rode en zwarte schoorstenen, waartussendoor je in de verte het fijne silhouet van de Eiffeltoren kon ontwaren."

 

 

Rechts op deze foto van Brassaï zien we de Eiffeltoren. Dit was het uitzicht over Parijs vanuit het atelier van Picasso. Op die middag maakte Brassaï ook een foto van het interieur. We zien een plank met daarop een aantal werken van Picasso.

 

 

Tussen alle werken in staan de draadsculpturen die Picasso samen met Julio Gonzalez maakte in 1928, waaronder in het midden het ontwerp voor een Monument voor Apollinaire. We zien de grootte van deze constructies, in de verhouding tot een aantal flessen.

 

 

Chateau Boisgeloup

In 1931 kocht Picasso het chateau in het 'Hameau de Boisgeloup' te noord-westen van Parijs. De belangrijkste reden was de ruimte. Ieder jaar kwam Picasso terug van een zomerverblijf in Dinard, Cannes of Juan-les-Pins, met een omvangrijke oogst aan schilderijen. In dit chateau met zijn vele bijgebouwen kon hij zijn doeken, verf, kwasten, schetsboeken, de complete uitrusting van zijn mobiele atelier uitpakken, en kon hij zijn spullen laten staan.

Brassaï geeft een prachtige beschrijving van een reis en een bezoek aan dit chateau: ".....Tegen het middaguur onder een grauwe decemberhemel stapte ik in de enorme, nog nieuwe Hispano-Suiza. Het portier werd door de chaufeeur met witte handschoenen dichtgeslagen. We reden Parijs uit en gingen richting Beauvais. Even voor Gisors sloeg de Hispano-Suiza linksaf een landwegetje in. Op een bord stond: 'Hameau de Boisgeloup'. Toen we enkele ogenblikken later een heuvel opreden, werd ik de huizen van een dorp gewaar, evenals de poort van een kasteel, vlak naast een oude kapel. We waren er. Picasso gaf ons een vluchtige rondleiding. Een eigenaardig kasteel: in de meeste vertrekken stonden geen meubels en slechts hier en daar hingen enkele grote Picasso's aan de kale wanden. Hijzelf woonde met Olga en Paulo in twee kleine slaapkamers op zolder. Inderhaast bezochten we ook het vervallen kapelletje dat geheel met klimop bedekt was. Picasso vertelde ons dat het uit de dertiende eeuw stamde en dat er af en toe nog een mis werd opgedragen. Maar we hadden weinig tijd. "Er zijn zoveel beelden die u moet fotograferen en het is vroeg donker... ", zei hij, terwijl hij ons meetrok naar een reeks schuren en koeie- en paardestallen, aan de binnenplaats tegenover het huis. Ik veronderstelde dat hij, bij zijn eerste bezoek aan het landgoed, niet zozeer was aangetrokken door het kasteeltje, als wel door die grote, lege bijgebouwen die hij zou kunnen vullen.... Eindelijk kon hij een verlangen bevredigen dat hij al heel lang koesterde en grote beelden maken. Hij deed de deur van een van de grote paardeboxen open en we aanschouwden een oogverblindend wit beeldenvolk ......."

 

  

 

Brassaï vertelde verder: "..... Het verbaasde me hoe rond al deze vormen waren. Dit kwam doordat er een nieuwe vrouw in Picasso's leven was gekomen, Marie-Thérèse Walter. Hij had haar bij toeval ontmoet in de rue La Boétie, en precies een jaar eerder, op 16 december 1931, had hij haar voor het eerst geschilderd in de 'Rode Fauteuil'. Hij voelde zich aangetrokken tot haar jeugd, haar vrolijkheid, haar lach en haar opgewekte natuur. Hij hield van haar blonde haar, haar stralende gelaatskleur, haar gebeeldhouwde lichaam.... Vanaf dat moment verscheen er een golvende beweging in alles wat hij schilderde. .... Deze 'new look' had zijn stempel gedrukt op de meeste beelden die daar voor me stonden, om te beginnen met het grote borstbeeld van Marie-Thérèse in voorovergebogen houding, dat een welhaast klassiek hoofd had, waarbij de rechte lijn van het voorhoofd zonder onderbreking doorliep in die van de neus, een lijn die zich in zijn hele werk zou voortzetten. In 'Beeldhouweratelier', een serie gravures die Picasso voor Vollard aan het maken was - in de rue La Boétie had hij me er enkele drukproeven van laten zien: een zwijgende tête-à-tête van de kunstenaar met zijn model, vol sensualiteit en vleselijke geneugten - waren op de achtergrond eveneens enorme, bijna bolvormige koppen zichtbaar."

 

Picasso, Beeldhouwer en zijn model, Vollard Suite 1930-1937

 

 

 

 

.... wordt verder uitgewerkt .................

 

rue des Grands-Augustins nummer 7

In 1936

 

....wordt op dit moment verder uitgeschreven ......

 

 

 

 

La Californie, Cannes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl