Pablo Picasso
jeugdwerk - blauwe periode - roze periode - kubisme - classicisme - Guernica - grafiek - keramiek - beelden
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
         
 
                          
                    
 
 
In de jaren 1916 tot 1924 schilderde Picasso zowel kubistisch als realistisch als classicistisch, met onderwerpen als naakten, portretten, taferelen, stillevens, en zowel schilderijen als tekeningen Eigenlijk trok Picasso alle registers open en verwisselde hij met gemak de ene stijl voor een andere.
Sommige critici zagen dat als een terugval. Deze fase in het werk van Picasso wordt door kunsthistorici het minst begrepen.
 
Toen in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werden Picasso's vrienden opgeroepen om dienst te nemen in het leger. Georges Braque en Apollinaire raakten beiden gewond, en Apollinaire stierf aan de Spaanse Griep in 1918. Ook Picasso's vriendin Eva overleed, al in 1915. Door deze gebeurtenissen raakte Picasso op drift.
 
Picasso had contacten in de wereld van ballet en theater. Hij maakte een fresco voor de Chileense miljonaire Eugenie Errazuriz in haar buitenhuis in Biarritz. Picasso verbleef lange tijd in de chique badplaatsen Biarritz en Antibes. En hij ondernam reizen naar verschillende Europese landen. Het bohème-leven op Montmartre was definitief voorbij.
 
 
 
                                 
 
 
In februari 1917 reisde Picasso met Jean Cocteau mee naar Rome. Hij ontwierp daar de kostuums en de decors voor het ballet 'Parade', dat Diaghilev's dansgezelschap, het 'Ballet Russe', in Rome opvoerde. Picasso ontmoette Igor Strawinsky, en bezocht Pompeii, Napels en Florence. Het was hier dat Picasso de balletdanseres Olga Koklova ontmoette. Hij volgde haar, naar optredens in Madrid, Barcelona en Londen.
In ditzelfde jaar, 1917, maakte Picasso de realistische portretten van Olga en werkte hij aan een pointillistisch schilderij "Vrouw in Spaanse klederdracht".
 
 
                        
                                         Picasso, Portret van Olga, 1917
 
 
 
In de jaren na de Eerste Wereldoorlog was er een heropleving van het Classicisme, een herbezinning op de waarden van het verleden. Picasso schilderde in deze periode verschillende harlekijns, zowel realistische als ook kubistische harlekijns.
 
Veel van de nieuwe tendensen om de uiterlijke vormen van de abstrakte kunst te gebruiken in een puur decoratieve toegepaste kunst vond zijn hoogtepunt in de grote Parijse kunstnijverheidstentoonstelling 'Art Déco' in 1925.
 
In de periode tussen 1916 en 1924 werkte Picasso mee aan 8 ballet- en toneelproducties als 'Parade' en 'Le Tricorne'. Het eerste ballet 'Parade' is het belangrijkste. Naar een idee van Jean Cocteau, in een combinatie van theater, variété en circus, was het een optreden van een groot reizend circus, als 'een stuk in een stuk'. Picasso ontwierp de kostuums en de decors, Erik Satie schreef de muziek, en de choreograaf Léonide Massine de dansballetten.
 
Op het grote achterdoek, dat Picasso maakte, staan een aantal figuren voor een theater-coulisse, een harlekijn, een torero, een zeeman, een acrobate, en een acrobaat op het gevleugelde paard Pegasus. Het zijn allemaal figuren uit het vroegere werk van Picasso.
 
 
 
 
                         
 
                                                   Igor Strawinsky
 
 
 
Aanzet tot een nieuw begin ontstond door het gebruik van de fotografie. Al sinds het kubisme was Picasso hartstochtelijk bezig met fotografie. Hij maakte veel foto's van zijn eigen atelier en van zijn vrienden en collega kunstenaars. Fotografie was eerst een documentatie-materiaal.
Hij ging vervolgens foto's gebruiken om zijn modellen te portretteren. Uit deze periode stammen de vele lijntekeningen van Léonide Massine, Sergej Diaghilev, Igor Strawinsky, het echtpaar Sisley, Erik Satie, en Auguste Renoir en Manuel de Falla. Naast deze tekeningen naar model(foto's) maakte Picasso heel gemakkelijk kubistische werken als figuren en stillevens.
 
 
 
                
                                         Picasso, Studies, 1920
 
 
Rond 1921-1922-1923 ontstonden de bekende volumineuze mensfiguren, die gemodelleerd lijken te zijn in een plastisch materiaal. In bovenstaande voorbeeld zien we de verschillende stijlen van werken samengebracht binnen één enkel schilderij. Kubisme en realisme worden hier naast elkaar gebruikt. Het is gemaakt in 1920.
 
 
                      
                                      Picasso, Femme asise, 1920
 
 
   
    
                               Picasso, Rennende figuren, 1922
 
 
 
...... wordt nog aan gewerkt .......
 
...... afbeeldingen worden nog geplaatst .........
 
 
 
 
Prenatale ontwikkeling
 
Het onderstaand overzicht laat de planeetaspekten zien tijdens de prenatale ontwikkeling van Picasso. Het begin ervan ligt op 25 januari 1881 en duurt tot 25 oktober 1881. Het bestaat uit 10 'Maan'maanden, corresponderend met 10 maal 7 jaar in de daaropvolgend levensloop.
In het overzicht hebben we de belangrijkste ontwikkelingen in het werk van Picasso bijgeschreven.
Voor de periode 1917 tot 1924 zien we een tweetal aspekten.
 
            
          9 jaar, 1890               1908                            1920
 
 
 
Venus conjunct Jupiter
 
Dit aspekt zijn we al twee keer eerder tegengekomen. Het eerste moment is op 20 februari 1881, wat correspondeert met vroege jeugd van Picasso, en waarvan een eerste tekening bewaard is gebleven, voorstellende een Hercules figuur. Deze tekening heeft Picasso gemaakt naar een voorstelling die in het interieur van het ouderlijk huis hing. De vader van Picasso was tekenleraar. Picasso was toen hij de tekening maakte 9 jaar oud.
Het tweede moment is op 13 mei 1881, welke datum correspondeert met het jaar 1909. In die jaren maakte Picasso schilderijen met figuren, heel plastisch, ruimtelijk weergegeven.
Dit derde moment is dan op 20 juni 1881, welke datum correspondeert met het jaar 1918, waarin Picasso opnieuw naar model ging werken, te zien in de vele portretten die hij schilderde en tekende. Hij maakte daarbij gebruik van foto's. Het werk vertoonde vanaf die datum classicistische kenmerken.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Progressies
 
In de tabel hieronder zien we de progressieve aspekten. In de jaren 1919 en 1920 liep de progressieve Maan voor de tweede maal over de planeten Saturnus, Neptunus, Jupiter en Pluto in Stier. Dit aspekt valt samen met de conjunctie van Venus met Neptunus, Jupiter en Pluto in de prenatale ontwikkeling. Het versterkt elkaar. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl