Pablo Picasso
jeugdwerk - blauwe periode - roze periode - kubisme - classicisme - Guernica - grafiek - keramiek - beelden
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
 
 
            
 
 
 
 
 
 
 
                
                 Pablo Picasso   Drie vrouwen, oliverfschilderij, 200 x 178 cm, voorjaar 1908
 
 
 
Het waren de kunsthandelaren, kunstenaars en vrienden van Picasso die het schilderij Les Demoiselles d'Avignon voor het eerst zagen. Het grote publiek zag het pas in de jaren 20, toe het schilderij voor het eerst tentoongesteld werd. Kunstenaars ondergingen het schilderij als een schok. Hoe progressief en avantgardistisch deze kunstenaars ook waren, dit schilderij doorbrak grenzen, en gaf nieuwe mogelijkheden aan de verbeelding.
 
 
Het ontstaan van een geometrisch kubisme
 
Al in het najaar van 1907 werkte Picasso al weer aan een nieuw groot schilderij "Drie Vrouwen" 200 x 178 cm. Monochroom van kleur, ruimtelijk van vorm, lichaamsvormen, gelaatstrekken, alles werd teruggebracht tot zijn meest elementaire vormen. Picasso ontwikkelde een analytische, sculpturale stijl van schilderen.
 
In de zomer van 1908 verbleef Picasso in La Rue-des-Bois, noordelijk van Parijs. Hier schilderde hij een aantal landschappen in een ruimtelijke vormgeving, waarbij landschapselementen zijn teruggebracht tot eenvoudige, ruimtelijke, geometrische vormen.
 
George Braque had Picasso in het voorjaar 1907 leren kennen. Braque was met Apollinaire meegegaan, toen deze Picasso opzocht in zijn atelier. In november 1907 zag Braque "Les Demoiselles d'Avignon" voor het eerst:
"... het leek alsof iemand petroleum had gedronken om vuur te gaan spuwen ..."
 
Braque gaat in dezelfde zomer van 1908 naar Zuid-Frankrijk en schilderde daar landschappen bij L 'Estaque, in dezelfde geometrische vormen als Picasso. Onafhankelijk van elkaar komen zij tot dezelfde beeldende resultaten. Picasso en Braque lieten deze schilderijen zien op tentoonstellingen in Parijs in de herfst van 1908. Louis Vauxelles schreef een recensie in het blad "Gil Blas", en karakteriseerde het werk als "... bestaande uit kleine kubussen ..." Daarmee was de naam Kubisme een feit.
 
 
Het ontwikkelen van een analytisch kubisme
 
In het analytisch kubisme was er geen onderscheid meer tussen voorwerp en achtergrond, lijnen en kleurvlakken werden geometrische vormen. Het perspectief werd uit verschillende standpunten opgebouwd.
 
In de winter van 1908/1909 begon een nauwe samenwerking tussen Picasso en Braque. Zij werkten niet samen in één atelier, ze werkten strikt voor zich, maar ontmoetten elkaar voortdurend om hun resultaten ten bespreken. Onafhankelijk maakten ze reizen. Picasso ging in 1909 en 1910 naar Spanje, Braque tweemaal naar La Roche-Guyon in het Seine-dal. In de zomer van 1911 verbleven ze samen in het Zuidfranse Céret.
 
Georges Braque heeft zich eens uitgesproken over zijn samenwerking met Picasso:
 
"... les choses que Picasso et je l'ai dit à l'autre au cours de ces années-la ne sera jamais dit à nouveau, .... et même s'ils l'étaient, personne ne les comprends plus. .... c'était comme étant encordés sur une montagne..."
 
"...de dingen die Picasso en ik met elkaar bespraken, zullen niet meer worden herhaald, .... en als dat wel het geval zou zijn, niemand zou er ook maar iets van begrijpen, ... het was alsof we met een klimtouw verbonden waren op een berg... "
 
 
Picasso en Braque ontwikkelden samen een nieuwe stijlrichting. Braque werkte zorgvuldig en langzaam, en maakte schilderijen met onvergelijkbaar esthetische effecten. Braque beperkt zich tot enkele traditionele onderwerpen, als landschappen en stillevens en werkte deze monochroom uit.
 
Picasso was daarentegen ongedurig, sprong heen en weer tussen verschillende onderwerpen. Picasso ging zelfs plastisch werken. Hij maakte een aantal houten sculpturen en werkte in gips aan portretten van  Fernande Olivier, die later in brons werden gegoten
 
Picasso en Braque experimenteerden ieder op een eigen manier.
 
Het meest interessante aan deze intensieve samenwerking is wel het verband dat bestaat op makrokosmisch niveau. We gaan dat uitgebreid bespreken in het onderwerp 'Picasso en Braque'.
 
 
 
 
                
               Pablo Picasso    Huizen op de heuvel, Horta de Ebro, olieverfschilderij, 1909
 
 
 
Horta de Ebro
 
In de zomer van 1909 verbleef Picasso in Horta de Ebro en schilderde hier landschappen met huizen op de heuvels. Deze schilderijen zijn composities van geometrische vormen en kleurnuances ontstaan door perspectivische constructies.
 
 
 
 
     Pablo Picasso      Ambroise Vollard, olieverfschilderij, 1910
 
 
Portretten
 
In 1910 ontstonden een drietal portretten van zijn kunsthandelaren. Het zijn Kahnweiler, Uhde en Vollard. Wat Picasso had toegepast in de gipsen portretten van Fernande Olivier, paste hij nu toe op de schilderkunst. Hij ontleedde de ruimte en liet het beeldvlak uiteenvallen in fragmenten, waarbij de oorspronkelijke voorstelling verdween. Toch is de gelijkenis met het model nog aanwezig.
 
 
 
 
 
    Picasso, Ma Jolie, 1911      Braque, De Portugees, 1911
 
 
Verdere ontwikkeling van het kubisme
 
In deze fase van het kubisme gingen beide schilders ertoe over om het beeldvlak te vullen met inhoudsvrije, niet aan de voorstelling gebonden verfstructuren. Ook brengen ze losse letters en hele woorden aan binnen het schilderij.
 
Braque had in zijn opleiding tot huisschilder bepaalde technieken geleerd, waaronder het werken met een schilderskam, waarmee met parallelle lijnen houtstructuren konden worden aangebracht. Braque paste deze techniek toe in zijn schilderijen. Picasso nam dit over.
 
In de samenwerking gingen de beide schilders zo ver, dat er op een bepaald moment weinig verschillen te zien zijn tussen hun schilderijen. We zien daarvan een voorbeeld hierboven.
 
 
De groep Kubisten
 
Tegen het einde van 1911 was er een groep jonge kunstenaars ontstaan die zich "kubisten" noemden en die in de Salon exposeerden. Picasso en Braque waren daar niet bij, hun werk was te zien bij de kunsthandel.
 
Deze groep bestond uit Albert Gleizes, Jean Metzinger, Robert Delaunay, Henri Le Fauconnier, Roger de la Fresnaye en Fernand Léger. Zij maakten een voor het publiek begrijpelijke vorm van het kubsime, een geometrische abstractie van de voorstelling.
 
In 1912 publiceerden Metzinger en Gleizes hun theorie van het kubisme in het geschrift "Du Cubisme". Het verklaarde de werkwijze en de principes van het geometriseren van voorstellingen, verwijzend naar het werk van Paul Cézanne.
 
Literatoren uit de kring van Picasso gingen daar tegen in. Salmon schreef in hetzelfde jaar twee boeken:  "Histoire anecdotique du cubisme" en "La jeune peinture française". Salmon vestigde daarin de aandacht op Picasso's sleutelrol en op het schilderij "Les Demoiselles d'Avignon" voor het ontstaan van het kubisme. In 1913 verscheen Apollinaires boek over de kubistische schilders "Les peintres cubistes", waarin hij de verschillende kunstenaars binnen die richting probeerde te ordenen en te karakteriseren. Picasso en Braque werden daarbij opgevat als de "wetenschappelijke kubisten".
 
 
 
 
Prenatale ontwikkeling
 
De prenatale ontwikkeling bij Picasso begint op 25 januari 1881. De prenatale ontwikkeling duurt gemiddeld 275 dagen, wat overeenkomt met 10 maanomlopen van 27.5 dagen.
In onderstaande tabel zien we de prenatale tijd opgedeeld in 10 tijdvakken van zo'n 27 dagen, welke tijdvakken overeenkomen met elk 7 levensjaren.
Voor deze eerste fase van het kubisme zien we drietal elementen in de prenatale ontwikkeling.
 
Venus conjunct Jupiter
Zo zien we een Venus conjunct Jupiter op 13 mei 1881, welke datum overeenkomt met het jaar 1909. Dat is het jaar dat Picasso schilderijen maakte, waarin figuren staan afgebeeld die uit hout lijken te zijn gesneden, alsof hier een beeldhouwer aan het werk is geweest.
De planeet Jupiter zien we veel voorkomen bij beeldhouwers, het duidt op werk met plastische kwaliteiten.
In het geval van Picasso zullen we dit aspekt een aantal keren zien terugkomen.
Op 20 juni 1881, corresponderend met het jaar 1920, in welke jaar Picasso een vorm van classicisme schilderde, met heel plastisch weergegeven figuren.
 
Venus conjunct Saturnus
Op 19 mei 1881 is er een conjunctie tussen Venus en Saturnus, welk aspekt samenvalt met het jaar 1910. In deze tijd ontstaan schilderijen waarin de voorstelling wordt opgedeeld in  hoekige vlakken, voorgrond en achtergrond lopen in elkaar over.
 
Zonsverduistering
Op 27 mei 1881 is er een Zonsverduistering, corresponderend met het jaar 1912.
Zonsverduisteringen geven altijd existentiële veranderingen aan, daarvan hebben we vele voorbeelden. In het geval van Picasso gaat het niet om zijn eigen leven, de verandering voltrekt zich hier in zijn kunstontwikkeling. Picasso komt tot een totaal andere manier van vormgeving. Het is een eerste belangrijke stap op weg naar abstraktie. Volledige abstraktie zal Picasso nooit doorvoeren, hij blijft zich altijd bezighouden met afbeeldingen van alles om hem heen. 
 
 
 

 
 
 
 
 
Progressies
 
In de progressies staat elke dag na de geboorte voor één levensjaar. In de onderstaande tabel zien we daarvan een overzicht. De progressieve data en leeftijden links, en de jaartallen rechts.
 
Zonsverduistering
In de progressies zien we één belangrijk gegeven, en dat is de Zonsverduistering op 21 november 1881, corresponderend met het jaar 1908. Zoals we hierboven al hebben genoemd, Zonsverduisteringen laten veranderingen zien. Bij Picasso voltrekt zich dat in zijn kunstontwikkeling. In 1907, bij het maken van Les Demoiselles d'Avignon, zette Picasso een eerste stap richting Abstraktie, dat proces zette hij voort in 1908, als hij opnieuw een groot schilderij maakte, De Drie Vrouwen. Dat proces vond zijn afronding in Analytisch Kubisme in de jaren rond 1912.
Deze volledig nieuwe manier van vormgeven wordt vergezeld door twee Zonsverduisteringen.
 
 
 
 
In deze tabel met progressieve planeetaspekten zien we veel minder aspekten dan we in de prenatale ontwikkeling zien. Het enige aspekt dat regelmatig terugkomt is de conjunctie van de Maan met het viertal planeten in Stier, Saturnus, Neptunus, Jupiter en Pluto. Het zijn deze planeten die in de prenatale ontwikkeling zo'n belangrijke rol spelen. De conjuncties van de progressieve Maan geeft dan ook periodes aan die heel vruchtbaar zijn geweest in het werk van Picasso.
We zullen ze beschrijven in de desbetreffende periodes.
 





 
 





Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl